Katholieke Vereniging voor Oecumene

Athanasius & Willibrord

 

In 't veld

In 't Veld

Onder 'In 't veld' biedt de vereniging reeksen artikelen aan van mensen die in het maatschappelijke en kerkelijke veld oecumenisch actief zijn. De vereniging wil op deze wijze het brede veld van de oecumenische inzet zichtbaar maken, over de grenzen van haar eigen traditie heen. Wij streven daarbij een vrije ruimte na. De beschreven oecumenische opvattingen en inzichten vallen daardoor niet noodzakelijk samen met de oecumenische opvattingen en inzichten binnen de Katholieke Vereniging voor Oecumene. Steeds hebben wij de auteurs een viertal vragen voorgelegd maar hen de ruimte geboden een persoonlijke inkleuring te geven. 

Wilt u op de hoogte blijven van de nieuwe bijdragen die in deze reeksen verschijnen, geef u dan op voor de nieuwsbrief 'In 't veld'. Dat kan door een account aan te maken en u (na inloggen) via het menu-item Users en vervolgens 'Mijn mailinglijst' op te geven voor deze nieuwsbrief. U kunt zich hier ook voor onze overige nieuwsbrieven aanmelden.

Interreligieuze dialoog

Jan Peter Schouten1In mijn jeugd waren er geen moslims. Nu ja, niet in mijn omgeving in ieder geval. Waar zou je nu in de jaren ’50 een moslim tegenkomen? Die hoorden thuis in verre landen. En aanhangers van nog verdere, exotische godsdiensten kon je je al helemaal niet voorstellen in je eigen nabijheid. Hindoes en boeddhisten kwam je alleen als ontdekkingsreiziger tegen. Daar droomde ik dan wel eens van, als jongetje.

In de jaren ’60 veranderde er veel in Nederland. Gastarbeiders brachten andere culturen dichterbij. En in het algemeen werd de wereld ook kleiner. In het voorafgaande decennium ging ik met mijn ouders op vakantie naar Zwitserland, - en dat was al verder weg dan menig klasgenoot kon zeggen. Maar na het eindexamen in 1968 trok ik met een vriend liftend en met gammele lijnbussen door Turkije. En dat was helemaal niet meer uitzonderlijk.

Bij het rituele gebed komt heel wat kijken

Nieuwe MoskeeNieuwe Moskee, Istanboel, 1968

Op zekere middag liepen wij één van die majestueuze moskeeën in Istanboel binnen. We bewonderden het prachtige koepelgewelf en als vanzelf drentelden we naar de gebedsnis. Om ons heen ontstond net een geschuifel van mannen. We hadden het niet in de gaten, maar het was gebedstijd en de mannen stelden zich in lange rijen op. Opeens stonden wij ook in zo’n rij, keurig opgenomen in het systeem. We keken elkaar aan en zeiden: ‘Goed om ons heen kijken dan maar...’.
Bij dat rituele gebed komt heel wat kijken: buigen, knielen, opstaan, de handpalmen achter de oorschelpen houden etc. Wij, Hollandse jongens, voelden ons wat onwennig maar het lukte aardig om de buurmannen te imiteren. En toen, opeens, was het ook weer afgelopen. Van alle kanten kwamen mannen op ons toe; we waren natuurlijk wel degelijk in de gaten gehouden! Er werd geroepen en gewenkt; de enige man in de moskee die Duits sprak (een ex-gastarbeider) moest erbij komen. De mannen gaven hem opdracht om ons te zeggen dat wij ‘goede kinderen van Allah’ waren. Na veel schouderklopjes en complimenten vertrokken we uit de moskee, een ervaring rijker: om nooit te vergeten.

De vraag die een heel leven met mij is meegegaan

Bij dat onverwachte gebeuren in een Turkse moskee werd ik geconfronteerd met de vraag die een heel leven met mij mee is gegaan. Kun je een andere religie mee-beleven? Je lijkt in een heel andere wereld terechtgekomen te zijn, maar het gaat toch altijd om de ene God. Zou je niet kunnen herkennen wat mensen in een andere religieuze traditie beleven? En zou je niet ook op hun wijze iets kunnen ervaren van het contact met die ene God?

In de jaren ’60 begon men in theologische kringen over die vraag na te denken. Waar vroeger ‘andersgelovigen’ simpelweg heidenen waren geweest die dringend bekeerd moesten worden, werd nu gezocht naar overeenkomst en herkenning, naar mogelijkheden om elkaar te ontmoeten en te bevragen. Ik had het geluk om af te studeren bij een hoogleraar die daar niet alleen veel van afwist maar ook een rol van betekenis speelde in de internationale ‘dialoog tussen de godsdiensten’. Dick C. Mulder leerde ons aan de VU om die andere religies te begrijpen. En bovendien was hij in de Wereldraad van Kerken actief als voorzitter van de ‘Onderafdeling Dialoog met aanhangers van levende godsdiensten’.

Gedurende de jaren ’60 werd menige conferentie belegd door de Wereldraad om het concept ‘dialoog’ uit te diepen. Het was geen eenvoudige problematiek en het eiste van de lidkerken, veelal protestants van signatuur, heel wat om op een geheel andere wijze tegen niet-christelijke religies aan te gaan kijken. Het betekende ook een nieuwe doordenking van het missiebegrip dat zolang exclusief de verhouding tot andersgelovigen had bepaald.

Die vragen werden echter niet alleen in protestantse kring doordacht en besproken. De Rooms-katholieke kerk, hoewel geen lid van de Wereldraad, ging er eveneens mee aan het werk. Het waren immers vragen die alom leefden en waarop vanuit alle kerken reacties gevraagd werden. Zelden hebben ‘Genève’ en ‘Rome’ elkaar zo vruchtbaar beïnvloed als in deze periode. Tijdens het Tweede Vaticaanse concilie werd de verklaring ‘Nostra aetate’ uitgegeven. Hierin werd met behoud van de katholieke dogma’s gepleit voor een meer open houding jegens andere religies. Ook in protestantse kring heeft deze verklaring veel invloed gehad.

Hartelijke oecumenische verbondenheid

De dialoog werd niet alleen op mondiaal niveau gevoerd, zoals in de bijeenkomsten van de Wereldraad. Ook in Nederland kwam een beweging op gang waarbij het contact en de ontmoeting met andersgelovigen werd gezocht. Het initiatief hiertoe kwam vooral van de Raad van Kerken in Nederland. Daarmee was het ook meteen een oecumenische onderneming. In Nederland maakt immers de Rooms-katholieke kerk samen met de meeste protestantse kerken deel uit van de Raad van Kerken. Men kon zich in die periode eigenlijk ook niet anders voorstellen dan dat men juist in deze beweging naar andere religies toe als protestanten en katholieken samen op zou trekken.

Later, toen de vruchtbare oecumenische periode voorbij leek te zijn, is aan katholieke zijde ook een eigen Katholieke Contactraad voor Interreligieuze Dialoog opgericht. Dat is ook meer in lijn met het internationale beleid van de kerk, zoals dat vanuit het Vaticaan wordt aangestuurd. Maar tot op de huidige dag zijn de katholieken ook mee blijven doen in de dialoog zoals die vanuit de Raad van Kerken in oecumenisch verband wordt gevoerd. Dat ligt ook voor de hand: de weg naar dialoog is destijds niet voor niets in hartelijke oecumenische verbondenheid opgezet. Als men iets oecumenisch wil doen, dan zal het toch allicht de ontmoeting met niet-christenen zijn bij wie men samen betrokken wil zijn?

Beraadgroep Interreligieuze Ontmoeting

In 1978 werd door de Raad van Kerken in Nederland een speciaal orgaan opgericht om te dialoog te bevorderen: de Beraadgroep Interreligieuze Ontmoeting. In het begin heette deze groep trouwens ‘Sectie Interreligieuze Ontmoeting’, maar in de loop der tijd vond men dit een minder passende, rigide term.

In de Beraadgroep wordt door katholieken en protestanten samen nagedacht over de actuele vragen van de dialoog. Zo is er momenteel in het bijzonder aandacht voor het zogenaamde islamitische fundamentalisme; ook vele moslims staan zeer kritisch tegenover dit fundamentalisme, waar wij dan tevens over spreken. Maar ook meer algemene vragen krijgen aandacht: bijvoorbeeld de vraag hoe je samen met andersgelovigen kunt bidden of vieren, of de vraag hoe Jezus Christus in verbinding te brengen is met het geloof van niet-christelijke godsdiensten. Er is menig symposium en brochure uit voortgekomen.

Bij belangrijke gebeurtenissen in andere religieuze gemeenschappen laten de kerken via de Beraadgroep van zich horen. Zo wordt als sinds vele jaren bij de ramadan, de islamitische vastenmaand, een groet van de christenen aan de moslims opgesteld. Ook het centrale hindoefeest Holi is aanleiding voor een felicitatie vanuit de kerken. Maar de Beraadgroep is niet alleen gericht naar de andere religieuze gemeenschappen toe. Bovenal richt dit orgaan van inmiddels respectabele leeftijd zich tot de kerken in Nederland, om altijd maar weer aandacht te vragen voor ontmoeting en gesprek tussen mensen van verschillende religie. Juist in deze tijd, waarin de tegenstellingen verhard zijn, is die dialoog van groot belang. En vanzelfsprekend wordt dat interreligieuze werk op oecumenische basis ondernomen.

Volledige Agenda >



 

09
dec
TUA
VANWEGE CORONA IS HET SYMPOSIUM GEANNULEERD - HET WORDT VERSCHOVEN NAAR 2021 Het priesterschap van alle gelovigen:

20
jan
Zoom
Het bevorderen van vrede en verzoening behoort tot de kern van een christelijke levenshouding. Hoewel de

 

 

Laatste lezersreacties:

  • Everard de Jong zei Meer
    Kan niet wachten er in te gaan lezen! Dank voor de heldere beschrijving! 6 dagen geleden
  • Siem zei Meer
    Ik ga dit boekje bestellen. 4 weken geleden
  • Geert van Dartel zei Meer
  • Geert van Dartel zei Meer
    Het boekje is klaar en kan besteld worden bij het secretariaat van de Raad van Kerken dinsdag 06 oktober 2020
Inloggen


 

 

Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door een
bijdrage van de Commissie Projecten in Nederland (PIN)
van de Nederlandse Religieuzen (KNR).


 

 

 

Katholieke Vereniging voor Oecumene
Emmaplein 19D 5211 VZ 's-Hertogenbosch
T:  073-7370026   M: 

KvK 51477351
IBAN-nummer:  NL97 INGB 0000 8019 19
IBAN-nummer:  NL73 INGB 0001 0876 28 

 

LogoWebsiteANBI