Vaticanum II en de oecumene – een rijke oogst

VaticanumII

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat in Rome het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) van start ging. In het bisdom Breda wordt momenteel een serie lezingen gehouden over de betekenis van Vaticanum II. De cyclus wordt georganiseerd door de kathedrale parochie in samenwerking met het bisdom Breda. Diaken René de Weerd van de kathedrale parochie en diocesaan functionaris sprak over de oecumenische betekenis van het Concilie. 

De Weerd liet zien hoe de katholieke houding jegens andere kerkgemeenschappen veranderd is. In de encycliek Mortalium animos (1928) zag Pius XI geen andere mogelijkheid tot hereniging dan de terugkeer van “afvalligen en schismatieken” tot de Moederkerk. Na de verschijning van de encycliek veranderde de oecumenische sensibiliteit aanzienlijk. De Weerd wees hiervoor verschillende oorzaken aan zoals de Tweede Wereldoorlog, de oprichting van de Wereldraad van Kerken en de opkomst van de Nouvelle Théologie in de jaren ’50 van de twintigste eeuw. Deze stroming streefde naar een herbronning om zo de Kerk te vernieuwen.

Bekering en hervormingvaticanum2bisdombreda

Op 25 januari 1959 kondigde paus Johannes XXIII het tweede Vaticaans Concilie af. Hij deed dit op het feest van Sint Paulus’Bekering, het einde van de gebedsweek van de Eenheid. Zo werd duidelijk dat de oecumene een belangrijk thema op het Tweede Vaticaans Concilie werd. Bij de afkondiging riep hij de afgescheiden gemeenschappen op de eenheid te zoeken. In zijn eerste encycliek Ad Petri Cathedram (29 juni 1959) stelde de paus dat De Kerk eerst zichzelf moet hervormen alvorens initiatieven te nemen met de andere Kerken en kerkelijke gemeenschappen. Johannes XXIII nam het besluit dat de orthodoxen en protestanten waarnemers mochten aanwijzen om het concilie bij te wonen. In de aanloop naar Vaticanum II richtte paus Johannes XXIII op 5 juni 1960 het Secretariaat voor de Bevordering van de Christelijke Eenheid op.

Decreet over oecumene

Het concilie droeg een oecumenisch karakter. Tijdens de derde sessie van het concilie (1964) keurden de concilievaders het decreet Unitatis Redintegratio over de oecumenische beweging goed. Bij de sluting van het concilie zetten de Kerk de eerste oecumenische stap. Op 7 december 1965 gaven paus Paulus VI en Grieks-orthodoxe patriarch Athenagoras uit Istanboel een gemeenschappelijke verklaring uit waarin ze de wederzijdse excommunicatie van 1054 ophieven.

De Weerd zette helder de principes van dit decreet uiteen. “Verdeeldheid onder de christenen is duidelijk in tegenspraak met de bedoeling van Christus.” De eenheid van de Kerk is een beeld van de eenheid tussen Vader, Zoon en heilige Geest. Dit is een onzichtbaar teken. Het decreet spreekt ook over de zichtbare tekenen van eenheid die in de katholieke Kerk worden gevonden als de belijdenis van het ene geloof, de gemeenschappelijke viering van de eredienst en de breoderlijke eensgezindheid van het huisgezin van God. De vaders voegen er aan toe dat deze worden gegarandeerd door de opvolgers van Petrus en de  apostelen, paus en bisschoppen.

Herstel van eenheid

De concilievaders spraken niet over terugkeer maar duidelijk over het herstel van de eenheid. Ze erkenden dat allen schuld hebben aan de afscheidingen uit het verleden. Het concilie erkent dat er verschillende gradaties van gemeenschap met de Rooms-Katholieke Kerk bestaan. Ook buiten de Rooms-Katholieke Kerk zijn er elementen te vinden die een kerkgemeenschap tot Kerk maken zoals de heilige Schrift, het Doopsel, het leven vanuit de genade, geloof, hoop en liefde én de gaven van de Geest. Hoewel deze kerkelijke gemeenschappen niet in de constituerende elementen van een Kerk als de apostolische successie en de “geldige” eucharistie delen, werkt de Geest toch in deze gemeenschappen. 

Meer informatie over de lezingencyclus over Vaticanum II vindt u op de site van de kathedraal van Breda. Het bisdom  Breda heeft ook een speciaal magazine uitgegeven over 50 jaar Tweede Vaticaans Concilie.

(Bron: Persdienst Bisdom Breda)