Katholieke Vereniging voor Oecumene
 

NIEUWS

Digitale Nieuwsbrieven Van leden Aanbevolen Tips Nieuwsarchief

Home

Oecumene

Vereniging

Projecten

Publicaties

Agenda

Nieuws

Webshop

sitemap

Levensbeschouwingen en nanotechnologie

Maatschappelijke dialoog

Er is geen ontkomen aan: nanotechnologie gaat ons leven drastisch veranderen, zeggen veel wetenschappers. Mondige burgers willen betrokken zijn bij beslissingen over ingrijpende veranderingen. Voor draagvlak is dat ook nodig. Dit vormt kortweg de reden voor de instelling van de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie (CieMDN).

Maar in onze samenleving denken mensen toch heel verschillend? Is een zinnig gesprek mogelijk tussen mensen met geheel verschillende visies op het leven en de wereld? Om dat na te gaan heeft de Stichting voor Christelijke Filosofie van de CieMDN subsidie gekregen voor het voeren van een interreligieuze dialoog over nanotechnologie. Van dat project is een eerste stap uitgevoerd waarover we hier kort iets vertellen.

 

Nanotechnologie

Nanotechnologie is een aanduiding van een verzameling van technieken waarmee de mens kan ingrijpen op het niveau van de bouwstenen van de wereld, de atomen en moleculen. Nanotechnologie stelt ons zo in staat de wereld op het allerkleinste niveau te manipuleren. Verwacht wordt dat we steeds meer in staat zullen zijn om dingen en mensen met gewenste eigenschappen te ‘construeren’ en ook de wereld om ons heen steeds meer naar onze hand te kunnen zetten.

Interreligieuze dialoog

Op 14 juni vond de eerste dialoog plaats in twee groepen van acht personen onder wie mensen met een rooms-katholieke, protestantse, humanistische, islamitische en esoterische achtergrond (met name aanhangers van de theosofie).

Op grond van deze ervaring kunnen we vaststellen dat met enkele spelregels het mogelijk is een zinnige dialoog te voeren waaraan iedereen vanuit de eigen geloofsovertuiging kan deelnemen. We benadrukken dat het ons ging om een dialoog, gericht op begrip van elkaars standpunten zonder bij voorbaat alle meningen gelijkwaardig te achten, en niet om een debat waarin men elkaar probeert te overtuigen.

Een belangrijke vraag in dit hele project is of in een dergelijke dialoog de verschillende levensbeschouwingen inhoudelijk herkenbaar doorwerken in de opvattingen over kenmerken en toepassingen van nanotechnologie.

Een voorzichtige eerste conclusie lijkt te zijn dat dit tot op zekere hoogte wel zo is maar dat dit niet perse leidt tot verschillende oordelen over concrete toepassingen. De diverse levensbeschouwelijke tradities bergen een diversiteit aan noties en het hangt ook sterk af van de aanhanger van een bepaalde levensbeschouwing als persoon op welke noties een beroep gedaan wordt.

We illustreren dit hieronder kort. (Het gaat ons hier om een inhoudelijke verbinding tussen een levensbeschouwing en een bepaald standpunt; de geuite standpunten zijn niet zonder meer representatief voor bepaalde bevolkingsgroepen).

Techniek

Er is geruime tijd gesproken over de rol van techniek in de (moderne) samenleving en de toenemende afhankelijkheid van de mens daarvan. Zicht op de mogelijk negatieve kanten van die afhankelijkheid kunnen een voedingsbodem vinden in het protestantisme met zijn verzet tegen een ongenormeerde machtsontplooiing van de mens over de wereld. Het humanisme biedt aanknopingspunten voor een optimistische visie op de techniekontwikkeling, maar bleek tegelijkertijd ook bron te zijn van een oproep om bescheidenheid. De islam lijkt aan de ene kant veel openheid te bieden tegenover nieuwe ontwikkelingen, maar blijkt tegelijkertijd een ‘natuurlijke’ oplossing van een gezondheidsprobleem te verkiezen boven een ‘high tech’ oplossing en vraagt consequent om respect voor de schepping. Ook het rooms-katholieke geloof bleek een voedingsbodem te kunnen bieden voor een positieve kijk op techniekontwikkeling en toepassing. Daarnaast voedt die ook respect voor de mens en op grond daarvan tot voorzichtigheid in de toepassingen van technieken met (nog) onbekende gevolgen. Overigens werd dit laatste door allen onderstreept. Grote voorzichtigheid werd vooral ook bepleit door de theosofen. Op grond van de overtuiging dat de zichtbare wereld een geestelijke achtergrond heeft en de orde en de harmonie daarin gerespecteerd moeten worden, staat men huiverig tegenover drastische ingrepen in de werkelijkheid; we weten eigenlijk niet wat we op het geestelijke vlak doen.

Mensverbetering

Opmerkelijk was dat wel bijna alle aanwezigen terughoudend tot ronduit afwijzend stonden tegenover ‘mensverbetering’ (‘verbetering’ van eigenschappen als leervermogen, stressbestendigheid, die de nanotechnologie mogelijk zou maken). Daarin spelen zowel de (vooralsnog) onbekende gevolgen een rol als de ogenschijnlijk breed gedeelde huiver tegen de menselijke overmoed die daarin tot uitdrukking lijkt te komen. Interessant is dat al de vertegenwoordigde tradities daarvoor ten minste aanknopingpunten blijken te bezitten.

Voor een belangrijk deel lijken de bezwaren vooral gebaseerd op mogelijke ongewenste gevolgen in de mens zelf (verstoring van balansen) of in de samenleving (maatschappelijke ongelijkheid). Maar betekent dat nu ook technische mensverbetering, als het maar veilig en maatschappelijk verantwoord gereguleerd zou kunnen, principieel geen probleem zijn?

Natuurlijk?

Ook bij de discussie over de morele betekenis van de notie van het ‘natuurlijke’ kwam dat begrip huiver naar voren. In een beroep op het ‘natuurlijke’ als het goede verstonden de meesten een huiver tegenover het onbekende en ongewone. Met een dergelijke huiver en onbehagen onder de bevolking moeten we – zo werd breed gesteld - rekening houden. Onduidelijk bleef in hoeverre dit begrip door de aanwezigen alleen als een argument werd gezien voor voorzichtige verstandige invoering van nieuwe technieken of ook als een duidelijke grens voor mogelijke toepassingen. Immers, zo werd met name door een rooms-katholieke en een humanistische deelnemer gesteld, de mens is een door en door technisch wezen dat het vermogen heeft technieken in zijn leven en samenleving te integreren. Opmerkelijk was dat juist een protestant met het begrip ‘natuurlijk’ nog wat meer leek te willen doen, maar dat kwam in het verloop van de discussie niet meer uit de verf. Voor ons blijft de vraag overeind of een bepaald gebruik van dat begrip moreel zinvol blijft. Denk bijvoorbeeld aan de volgende vragen: zijn alle technieken die bijvoorbeeld iets doen met ons gezichtsvermogen of blikveld normatief gelijkwaardig? Is er principieel verschil tussen een bril –die het normale gezichtsvermogen herstelt– en een telescoop –die de mens in een andere relatie stelt met zijn omgeving– en een ingreep die ervoor zorgt dat de mens met het blote oog ook infrarood ziet (vgl. nachtkijker)? Meer algemeen gezegd: bevat de werkelijkheid, zoals die zich aan ons voordoet, ook normatieve elementen of is de ethische beoordeling van onze ingrepen geheel afhankelijk van onze (goede) bedoelingen en van de gevolgen?

Besluit

Deze eerste stap was een interessant experiment dat de mogelijkheid van de dialoog aantoont, maar waarbij een inhoudelijke verdieping wenselijk is. Daaraan willen we de komende maanden werken. Mocht u als lezer interesse hebben om hieraan ook deel te nemen, neemt u dan contact met ons op via info@nano-interreligieus.nl, of 06-42193140; voor verder informatie zie ook www.nano-interreligieus.nl en www.nanopodium.nl.

Prof.dr. Henk Jochemsen, drs. Mariska Bosschaert

Stichting voor Christelijke Filosofie

 

 

 

 

 

Biltstraat 121 - 3572 AP - Utrecht - T: 030-2326907 - secretariaat@oecumene.nl