|
Oecumenische discussie over
eucharistie en avondmaal
’s-Hertogenbosch 27 april 2006 -
“De vraag naar de mogelijkheid
van het samen vieren van
eucharistie en avondmaal is een
omstreden vraag.” Dit zei dr.
Kees van Vliet tijdens de
bijeenkomst van de Katholieke
Vereniging voor Oecumene in
’s-Hertogenbosch.
Van Vliet bepaalde zich in zijn
lezing tot de oecumene tussen
protestanten en katholieken.
“Concreet luidt de vraag: is
intercomunie tussen hen reeds
mogelijk?”
Het antwoord “levert een
verwarrend en spanningsvol beeld
op,” aldus Van Vliet.
Persoonlijke beleving is een van
de elementen die daarin een
belangrijke rol spelen. Zo zei
een van de deelnemers: “Het kan
voorkomen dat je meer eenheid
ervaart in een oecumenische
viering dan in een eigen
confessionele viering.” Van
Vliet bevestigde dat de ervaring
tegenwoordig een belangrijke rol
speelt, “maar ervaring alleen is
niet voldoende”.
Andere perspectieven die een rol
spelen naast lokaal gegroeide
gebruiken en persoonlijke
beleving, zijn de regelgeving
van het leerambt, uiteenlopende
visies van theologen en het
beleid van plaatselijke
bisschoppen.
Van Vliet bepaalde zich vooral
tot een theologische verdieping.
Belangrijkste referentiepunt was
daarbij het LIMA-rapport, over
de doop, echaristie en ambt. Het
rapport is het resultaat van
meer dan 50 jaar oecumenische
samenwerking van de kerken
tussen 1927 en 1982.
“Helaas,” zei Van Vliet “kan ik
niet anders dan met kardinaal
Walter Kasper het volgende
vaststellen: ‘dat het in de
huidige situatie omwille van de
waarheid niet mogelijk is, dat
alle christenen zich verzamelen
rondom de ene tafel van de Heer
en aan de ene maaltijd van de
Heer deelnemen’.” En, nog steeds
Kasper citerend: “Dat is een
diepe wond aan het lichaam van
de Heer en uiteindelijk een
schandaal.”
De eucharistische gemeenschap is
vanuit de katholieke theologie
onverbrekelijk verbonden met de
volledige kerkelijke gemeenschap
en met de zichtbare uitdrukking
daarvan.
“In zoverre kunnen protestanten
de eucharistieviering
(uiteraard) wel bijwonen, maar
niet ter communie gaan.” Het
Oecumenisch Directorium zegt
wel: “in bepaalde
omstandigheden, bij wijze van
uitzonderingen kan het op
bepaalde voorwaarden, worden
toegestaan, of is het zelfs aan
te bevelen om christenen van
andere kerken en kerkelijk
gemeenschappen toe te laten tot
de sacramenten van eucharistie,
boete en ziekenzalving” Maar ook
geldt: “Als symbool voor de
eenheid is zij meestal verboden,
maar als middel tot genade
verdient zij soms aanbeveling” (Unitatis
Redintegratio 8).
“Men kan natuurlijk proberen die
bijzondere situaties waarin
individuele protestanten aan de
eucharistie kunnen deelnemen,
zoals bij gemengd gehuwden,
theologisch op te rekken, maar
dat biedt uiteindelijk niet de
echte oplossing. Uiteindelijk is
niet intercommunie, maar
communie in de zin van volledige
kerkelijke gemeenschap het na te
streven ideaal.” Van Vliet: “De
oecumenische dialoog dient
daarom met vastberadenheid
voortgezet te worden.”
---
Dr. C.T.M. van Vliet is priester
van het bisdom Rotterdam en
pastoor in Voorhout. Hij
promoveerde in 1993 in Tübingen
bij Walter Kasper en Peter
Hühnermann met een studie over
Yves Congar. Hij is docent
systematische theologie aan de
Fontys Hogeschool in Amsterdam
en het priesterseminarie van het
bisdom Haarlem. Van zijn hand
verscheen Kerk met twee ogen.
Een katholieke ecclesiologie,
Kok Kampen 20022. Hij is lid van
de theologische Beraadsgroep van
de Raad van Kerken en lid van
het Hoofdbestuur van de
Katholieke Vereniging voor
Oecumene.
Lees ook:
“Oneliners uit den boze bij
oecumenische discussie over
eucharistie en avondmaal” |