|
De katholieke
kerk, het christendom in het algemeen staan in de
eenentwintigste eeuw voor de grootste uitdaging in 2000 jaar: de
ontmoeting met Azië.
Uitgesproken tijdens de interreligieuze afscheidsreceptie voor
Mgr. Muskens door Mgr. Muskens
India
en China zijn de economische en politieke grootmachten in de
nabije toekomst. In onze globaliserende wereld komen de culturen
steeds intenser met elkaar in aanraking. De kerk moet dan ook
aansluiting zoeken bij de filosofie en de religie van China en
India. Lukt het ons niet Aziatische spiritualiteiten te
integreren in het christendom, dan hebben we geen toekomst. De
keuze van de nieuwe generaal van de Jezuïeten, Alfonso Nicholas,
wijst ook op deze trend. Hij is vijfenveertig jaar in Azië in
verschillende functies werkzaam geweest.
Want China
mag dan een communistische regering hebben, de gewone Chinees
leeft nog steeds in de geest van de taoïstische, boeddhistische
en confucianistische filosofie. Ik hoop in het klooster een
vergelijkende studie te maken van teksten van het taoïsme en
de Bijbelse wijsheidsliteratuur.
In India, de
tweede nieuwe grootmacht in de wereld, eveneens met meer dan 1
miljard inwoners, komen we voor de vraag te staan hoe we ons
moeten verhouden tot het hindoeïsme. Er zijn geleerden die
vinden dat het hindoeïsme in India geen eigen afgebakende
godsdienst is maar een cultuur waarin andere godsdiensten hun
weg moeten vinden. Indiase priester-theologen als Amalorpavadoss
en Amaladoss hebben hier al groot pionierswerk verricht.
Tussen het
Verre Oosten en Europa ligt de wereld van de islam. We beseffen
vaak niet voldoende hoe de islam al eeuwen invloed heeft gehad
op de westerse cultuur. De zuivere westerse cultuur bestaat al
sinds Karel de Grote niet meer. De belangrijkste Belgische
historicus van de vorige eeuw, Henry Pirenne, heeft daar reeds
op gewezen. Persoonlijk ben ik erg getroffen door de informatie
die te vinden is in het boek Carlomagno e Moametto van een
internationale groep van geleerden Bruce Lyon, André Guillou,
Franceso Gabrieli en Heiko Steuer (1987). In dit
wetenschappelijk onderzoek wordt aangetoond dat er intensieve
contacten waren tussen geleerden en hofdignitarissen aan het hof
van Karel de Grote met geleerden en kunstenaars aan het hof van
de kalief van Bagdad. Allerlei voorwerpen en gewoontes in het
westen, die wij heel gewoon vinden, zijn afkomstig uit de
interculturele en interreligieuze contacten tussen het westen en
hoven van islamitische vorsten.
Velen onder
ons hebben het zuiden van Spanje bezocht en hebben daar de
resten van de Mozarabische cultuur gezien. Deze osmose tussen
Jodendom, Christendom en Islam heeft ongeveer drie eeuwen
geduurd en heeft invloed uitgeoefend op de West-Europese
cultuurgeschiedenis.
Helaas
hebben weinigen onder ons contact met de gewone vroomheid van de
moslim, die aan het kralensnoer de 99 namen van God overweegt en
vijf maal per dag met zijn voorhoofd tegen de grond God vereert.
In dat verband kan ik aanbevelen een boek van Aaidh Al-Qarni,
Wees niet bedroefd (2006) dat veel vrome gebeden, niet alleen
uit de traditie van de islam maar ook van daarbuiten bevat. Wat
in de contacten tussen oost en west en de verschillende culturen
en godsdiensten nieuw is, is de massaliteit zodat iedereen in
Europa en Azië zich daarbij betrokken voelt en de rol die de
massamedia vandaag de dag hierin spelen. Ondanks deze twee
nieuwe aspecten, massaliteit en media, kunnen we toch veel
leren van de eerste eeuwen van het christendom toen christenen
rond de Middellandse Zee. zich omringd zagen door veel
religieuze stromingen. In dit verband is het interessant te
vermelden dat in de derde eeuw vóór Christus de Egyptische
koning Ptolemeaus, de grondlegger van de beroemde bibliotheek
van Alexandrië, een delegatie boeddhisten ontving om met hen te
spreken over hun filosofie. Driehonderd jaar na Christus blijken
ook Egyptische kerkvaders als Origines en Clemens van Alexandrië
contact te hebben met boeddhisten uit Egypte en andere
kerkvaders contacten met boeddhisten langs de Euphraat. Daarom
is het van belang dat deze dagen het centrum voor Patristisch
Onderzoek van start gaat, dat die periode van interreligieuze
contacten in de eerste eeuwen bestudeert. Dit centrum is
opgericht door de Vrije Universiteit van Amsterdam en de
Faculteit van Katholieke Theologie te Utrecht. |